
|
 |
Narcís Oller: Goudkoorts
Barcelona, 1880. De bomen lijken tot in de hemel te groeien, 'de beurs regeert de wereld.' In dit klimaat klimt Gil Foix op van nederig timmerman tot gevierd speculant. Zijn hoogmoed komt hem uiteindelijk duur te staan. Goudkoorts is dé grote roman over Barcelona aan het einde van de 19de eeuw. 'De vertaling swingt zoals dat maar zelden gebeurt.' Maarten Steenmeijer
|

|
 |
Josep Maria de Sagarra: Privéleven
Barcelona, 1930. De lezer is getuige van het verval van de oudadellijke familie De Lloberola. Het familiefortuin is allang verkwanseld. De oudste generatie doet er nog alles aan om de schone schijn op te houden, maar allengs wordt duidelijk dat de familie tot in het merg is aangetast door morele verrotting.
|

|
 |
Carmen Laforet: Nada
‘Nada, een van de mooiste Spaanse romans uit de twintigste eeuw, neemt ons mee naar het Barcelona uit de jaren veertig om het onvergetelijke verhaal te vertellen van Andrea, een jonge vrouw die vecht om te overleven in een harde wereld.' Carlos Ruiz Zafón
|

|
 |
Gijs van Hensbergen: Gaudí
'De aartsconservatieve Gaudí was tegelijkertijd een mysticus en een gedurfd vernieuwer, een geniale moderne architect en een middeleeuwse monnik. Dat deze onmogelijke contradicties zichtbaar zijn gemaakt is slechts een van de verdiensten van dit boeiende boek. Het maakt ook Barcelona en de roerige geest van het Catalaanse nationalisme een stuk begrijpelijker.' Cees Nooteboom
|