Alvaro Pombo: Onder
vrouwen
Oorspronkelijke
titel: Donde las mujeres
Uit het Spaans vertaald door Elly Bovée
262 bladzijden, ingenaaid en gebonden
Prijs: euro 17,95
ISBN 90 74622 24 0
nugi 301Lees De eerste pagina´s
|
 |
 |
 |
In deze
familiegeschiedenis zijn de hoofdrollen weggelegd voor
een aantal vrouwen, excentrieke dames die hun leven
leiden in twee villas op een afgezonderd
schiereiland, in een soort splendid isolation waar
de vaders, de echtgenoten, de mannen niet ter zake
doen. Ze zijn verwisselbaar. De vertelster
doorloopt haar jeugd en komt tot de ontdekking dat haar
schijnbare paradijs niet is wat het lijkt. De splendeur
wordt decadentie, en de onthulling van een familiegeheim
toont haar het ware gezicht van de bewoners van dat oord,
het reduct van een vervlogen tijd. Hoe haar leven
onomkeerbaar verandert, beschrijft Pombo met het
meesterschap en de humor die kenmerkend voor hem zijn. |
Met deze roman, die wordt
beschouwd als een hoogtepunt in zijn oeuvre, won Alvaro Pombo in
1997 de Spaanse Nationale Prijs voor Literatuur. Over Alvaro Pombo
Andere romans van Pombo in
Nederlandse vertaling: De held van de mansardes van Mansard, Lichte vergrijpen, De aangenomen zoon en Verschijning van het Ewigweibliche (verteld door
Z.M. de Koning).
Uit de pers
'In Onder vrouwen heeft het psychologisch realisme de
overhand gekregen en een absoluut meesterschap bereikt. Elke
kunstmatigheid is uit de dialogen verdwenen. De empathie warmee
Pombo zijn rigide hoofdpersoon van binnenuit beschrijft en
tegelijk op afstand houdt, is van begin tot eind verbluffend.
Door haar verblinding heen tekent hij niet alleen haar tragische
en tegelijk enigszins ridicule lot, maar laat hij -misschien nog
een groter wonder- ook de andere personen in het drama uitgroeien
tot volwaardige persoonlijkheden met een eigen innerlijk, zelfs
wanneer ze (zoals tante Lucía) et haar op gespannen voet staan.'
'Met Onder vrouwen heeft Pombo als schrijver zijn
(voorlopig) hoogtepunt bereikt en een volmaakt evenwicht gevonden
tussen een realistisch plot en de betekenis van dat plot als
geheel. Als het boek een allegorie is, dan is het dat niet meer
-zoals in veel van zijn vroegere romans- in de onderdelen
van het verhaal, maar in het verhaal als zodanig. Daarmee gaf
Pombo zichzelf tegelijk een veel grotere psychologische
speelruimte en de vrijheid die hij nodig had om zijn karakters
levensechter dan ooit te maken.
Het heeft er alle schijn van dat hij die laatste heeft willen
testen in de karakterschetsen die hij voorafgaand aan Onder
vrouwen schreef: de hilarische farce Televerdriet van
Celia Cecilia Villalobo en en de, in 1997 vertaalde,
ontroerende roman van een jeugdliefde en -vriendschap Verschijning
van het Ewigweibliche. In Onder vrouwen wordt de
oogst daarvan ten volle binnengehaald. Na zo'n tien romans
(voorafgegaan door enkele dichtbundels) valt de vooraanstaande
plaats van Pombo als een van de allerbeste Spaanse schrijvers van
dit moment niet meer te loochenen. Dat zijn roem buiten Spanje
tot nu toe in de slagschaduw is gebleven van andere, niet persé
betere auteurs (Camilo José Cela, Javier Marías of Eduardo
Mendoza), is een van de onrechtvaardige wispelturigheden van het
literaire noodlot.'
Ger Groot in NRC Handelsblad van 22 januari 1999
'Duurzaam is wat mij betreft Onder
vrouwen van de Spaanse schrijver Alvaro Pombo (...) Ik las
het boek, weer zo'n mooi deeltje uit de Spaanse Bibliotheek van
het Leidse uitgevershuis Menken Kasander & Wigman, afgelopen
zomer onder een Italiaanse boom en het is me bijgebleven in bijna
al zijn facetten. Allereerst vanwege de stijl. Pombo's zinnen
zijn lang, links draaiend en rechts draaiend, maar uiterst
zwierig.'
Theo Hakkert in de Twentsche Courant / Tubantia van 11 december
1998
Bespreking van Martine Torfs in Leesidee,
Vlaams Bibliografisch tijdschrift, maart 1999:
De Spaanse schrijver Alvaro Pombo
is een meester in het creëren van besloten werelden waarbinnen
noodgedwongen vreemde verhoudingen ontstaan. Geleidelijk aan
introduceert hij de personages, allen bewoners van twee statige
oude huizen op een klein schiereiland aan de Noord-Spaanse kust.
In een van de huizen woont tante Lucía, in het ander haar zuster
met drie kinderen. De oudste dochter beschrijft hun excentrieke
levenswijze. Aan het begin van het verhaal vertelt ze, 10 jaar
oud, van de overbrenging van tante Nines naar het opvangtehuis
voor geesteszieken en dier zelfmoord. Na de eerste bladzijden is
deze tante daardoor alweer van het toneel verdwenen, maar dan ben
je al meegesleept in de merkwaardige symbiose van twee vrouwen en
drie kinderen. De meest overtuigde verdediger ervan is
aanvankelijk, in haar kinderlijk enthousiasme, de vertelster. De
isolatie is voor haar een paradijs. Als student speelt ze graag
een opzettelijke excentriciteit uit, maar ze begint zich in
stilte af te vragen of het haar lot is te worden als haar moeder,
ooit liefdeloos gehuwd met de vader van haar kinderen, of zoals
haar tante Lucía, de zomers doorbrengend in Reykjavik met haar
eeuwige Duitse vriend, of zoals tante Nines? Na de onthulling van
een familiegeheim over haar afstamming voelt ze zich voldoende
een buitenstaander om het eiland voorgoed te verlaten.
Met deze enkele personages heeft Alvaro Pombo een staaltje
psychologisch vakwerk geleverd. De fin de siècle-sfeer waarin de
vrouwen zich opzettelijk hullen, hoewel ze in de jaren '40 en '50
leven, wordt in het boek prachtig opgeroepen. De Spaanse
burgeroorlog is net ten einde, ergens woedt nog de Tweede
Wereldoorlog, maar in haar splendid isolation raakt dat
het leven van deze kleine commune niet. De vertelstijl evolueert
mee naargelang de vertelster ouder wordt, hoewel dat niet altijd
vanzelfsprekend gaat; in het begin doen sommige redeneringen het
kind wel wat erg vroegrijp lijken. En aan het einde worden de
monologen, zoals ze die weergeeft, zo lang dat je vergeet dat er
iemand aan het woord was, en wordt de vertelsituatie derhalve
ondoorzichtiger. Maar altijd zijn er de geestige vergelijkingen
en onverwachte uitweidingen die het lezen zo aangenaam maken.
Daaraan is trouwens de goede vertaling niet vreemd. Mooi
vormgegeven ook, het oog wil ook wat.
[Martine Torfs, 08.10.98]
Naar
de MKW-beginpagina
|