|
|
||||||||||||||||
|
Michiel Koolbergen: Het laatste geheim van Bomarzo
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
Bibliotheek Liborius
Paperback met flappen
296 pagina's, geïllustreerd in zwart-wit en kleur
ISBN 90 74622 20 8
NUR 644
Euro 24,50
|
![]() |
![]() |
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
In de zestiende eeuw legde de edelman Vicino Orsini in een bos aan de voet van
het Middenitaliaanse dorp Bomarzo een beeldenpark aan dat in zijn tijd enige
faam genoot vanwege de ‘wonderlijke en bovennatuurlijke zaken’ die er te zien waren. Ter plekke liet hij uit rotsblokken reusachtige beelden
houwen: figuren uit de Griekse mythologie, een olifant, een draak, sfinxen, een
schildpad met vrouwenfiguur op de rug en een monsterlijke muil die de bezoeker
binnen kan treden. Nadat het park eeuwenlang verwaarloosd was en overwoekerd
raakte door planten, haalden de surrealisten het in de eerste helft van deze
eeuw uit de vergetelheid. Kunstenaars lieten zich inspireren door de
geheimzinnige sfeer en het bizarre karakter van het ‘Park van de Monsters’, hetgeen tal van Bomarzo-schilderijen, twee romans en zelfs een opera
opleverde. In het rijtje ‘Bomarzo-kunstenaars’ komen bekende namen voor als Salvador Dalí, Hella S. Haasse, Carel Willink en Niki de Saint Phalle.
De kunsthistoricus Michiel Koolbergen, die verbonden was aan de kunstredactie
van dagblad Trouw en eerder over Bomarzo publiceerde, geeft de lezer in dit
boek inzicht in het fenomeen ‘Bomarzo’. Alvorens het werk van de diverse ‘Bomarzo-kunstenaars’ te bespreken, gaat Koolbergen uitgebreid in op de ontstaansgeschiedenis van het
park. Het laatste geheim van Bomarzo is de gids bij uitstek die de betekenis
van de wonderlijke creatie van Vicino Orsini opnieuw tot leven wekt.
Michiel Koolbergen overleed in juni 2002. Vlak daarvoor had hij zijn volgende
boek, Een Hollandse Robinson Crusoë voltooid, dat in het najaar van 2002 werd gepubliceerd.
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
De Argentijnse auteur Manuel Mujica Lainez schreef in de jaren zestig een
indrukwekkende historische roman over Bomarzo en het leven van Vicino Orsini.
Zijn roman Bomarzo verscheen bij ons in Nederlandse vertaling.
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
'Koolbergen 'leest' de sculpturen van Bomarzo in het licht van de iconografische
cultuur die in de Renaissance een hoge vlucht had genomen. Met grote
inventiviteit verbindt hij de gebeeldhouwde voorstelingen met de vignetten,
iconen, symbolische voorstellingen en literaire gemeenplaatsen -met een beetje
goede wil- het 'programma' van Bomarzo als één aanhoudende lofzang op Giulia Farnese. Dat gaat niet zonder grote eruditie en
een grote wendbaarheid in de interpretatie-kunst. In beide opzichten is
Koolbergens studie bewonderenswaardig (...)'
Ger Groot in NRC Handelsblad van 8 augustus 1997
'In 1984 publiceerde Koolbergen In de ban van Bomarzo, waarin hij de verwerking
van dit 'wonderlijkste beeldenpark van Europa' naging in de kunsten (...)
Kennelijk is Koolbergen na deze studie in de ban van Bomarzo gebleven, want Het
laatste geheim van Bomarzo, zoals zijn nieuwe boek heet, is niet alleen veel
omvangrijker, maar ook veel studieuzer en bevat een ontzagwekkende hoeveelheid
verwerkte literatuur (...) Hij maakt in achtereenvolgende hoofdstukken een
wandeling door de tuin en hij laat zien dat er "inderdaad één gemeenschappelijke factor ten grondslag lag aan de verwijzingen die Vicino
Orsini de bezoekers van zijn park voorschotelde in de vorm van beeldhouwkunst,
inscripties en architectuur: telkens wordt verwezen naar literatuur -in welke
verschijningsvorm dan ook- waarin rouw om een verloren geliefde, de zoektocht
naar de geliefde, de ontmoeting met een gestorven geliefde, eeuwige trouw,
liefdeswaanzin of verwijzingen naar de nobele eigenschappen van de vrouw een
thema vormen." Hij ziet als grote accolade boven het hele park 'ware liefde'
staan.'
Ton van Deel in Trouw van 29 november 1996.
Bespreking in Leesidee, 28 maart 1997:
Dicht in de buurt van Viterbo, zo'n 80 kilometer benoorden Rome, in het plaatsje
Bomarzo, ligt midden in de natuur een bizarre beeldentuin, een 'creatie' van
hertog Pierfrancesco Orsini, heer van Bomarzo, over wie tot voor kort niet zo
bijster veel geweten was. Tijdens de tweede helft van de 16de eeuw liet deze
bizarre hertog een beeldhouwer op zijn aanwijzingen in de rotspartijen een
aantal mythologische en andere voorstellingen uithouwen: maskers, sfinxen,
giganten en meer soortgelijke extravaganties. Daarnaast verrezen in de tuin ook
enkele vreemde bouwwerken: een tempeltje, nimfengrotten en een opzettelijk
scheefgebouwd huis. De geheimzinnige tuin bleef eeuwenlang overgeleverd aan de
natuurelementen, zonder dat iemand er zich om bekommerde. Wel werden in de loop
der eeuwen heel wat legenden geweven rond de macabere beeldenverzameling. Pas
in 1954 vond men het de moeite om er een kunsthistorisch onderzoek aan te
wijden. Op dat eerste onderzoek volgen er talloze andere, gedegen of
oppervlakkig, partieel of over de volledige tuincollectie. In het
daaropvolgende decennium gaven de hersenspinsels van hertog Orsini aanleiding
tot heel wat afgeleide kunstcreaties, o.m. schilderijen en een heuse opera.
In zijn studiewerk over de tuin geeft Michiel Koolbergen daarvan een
bibliografie ten beste, gespreid over liefst 10 bladzijden kleine druk. Het
consistente gedeelte van zijn vorserswerk brengt in grote lijnen een
samenvatting van alle kunsthistorische bevindingen tot nog toe, aangevuld met
enkele door hemzelf ontdekte nieuwe elementen, die de definitieve interpretatie
van het "park van de monsters" weer een stap dichterbij zouden moeten brengen.
Toch lijkt dat nog veraf. De indruk die je bij lezing van Koolbergens werk
opdoet, is dat de beelden en hun onderlinge verbanden zo multi-interpretabel
zijn, dat de auteur nauwelijks meer kan doen dan de uiteenlopende associaties
die de kunsthistorici uitdenken, gewoon naast elkaar leggen en aanbieden. Zo
wordt inzake de gebruikte inspiratiebronnen verwezen naar sommige afdelingen
van het mythologische universum, naar de Romeinse schrijver Ovidius en naar de
invloed die Petrarca uitoefende op zijn tijdgenoten en de generaties nadien.
Anderzijds zijn er de inscripties op sommige sculpturen, waarvan de analyse ook
een en ander leert. En wellicht heeft de tuin ook nog iets met de zondvloed te
maken? Slechts één ding kan met zekerheid gezegd worden: al pretenderen de historici 'het laatste
geheim' van Bomarzo te zullen ontsluieren, toch blijft de vraag naar het
ultieme waarom van deze bizarre creatie onbeantwoord.
[Hugo van Hoecke, 28.03.97]
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|