Thee van schildpadsoep en urineDagboek van een Hollandse Robinson Crusoë op Ascension
In de bibliotheek van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam
bevindt zich het enige exemplaar in Nederland van een Engelse tekst die
gebaseerd is op een Nederlands dagboek. Het boekje, dat slechts 32 pagina's
telt, werd in 1728 in Londen gepubliceerd onder een voor die tijd gebruikelijke
paginalange titel, waarvan dit de essentie is: An Authentick Relation of the
many Hardships and Sufferings of a Dutch Sailor, Who was put on Shore on the
uninhabited Isle of Ascencion. De onveranderlijk beknopte dagboeknotities
werden door de 'Dutch Sailor' gemaakt vanaf 5 mei 1725, nadat hij, zoals hij
het zelf op die dag noteerde, 'Op last van de commandeur en schippers van de
Hollandse vloot (werd) afgezet op de kust van het eiland Ascencion'. De onbekende schrijver moest spaarzaam zijn met inkt en
papier, en hij beperkt zich voornamelijk tot korte beschrijvingen van een
ellendige dagelijkse routine: het uitkijken of er schepen passeren, lezen in de
bijbel, de hallucinaties die hij heeft (en voor geestverschijningen houdt), en
vooral zijn pogingen om water en voedsel te vinden. Dat leidt tot wanhopige
taferelen zoals op 23 augustus: 'Een deel van het bloed van de schildpad die ik
gisteren heb gedood, heb ik de hele nacht laten bezinken en bij mijn eigen
urine gedaan. Met dit mengsel thee gezet. Het smaakte beter dan rauw bloed.' Michiel Koolbergen moet begrepen hebben dat dit
'authentieke verslag' pas echt interessant zou worden als de vragen die zich
aandienden beantwoord konden worden. Wie was die 'Dutch Sailor', waarom werd
hij genadeloos achtergelaten op het toen onbewoonde Ascencion, op welk
Nederlands schip voer hij? En in literatuurhistorisch opzicht: hoe betrouwbaar
is de Engelse weergave, wie was de vertaler of bezorger? In de tweede helft van
Een Hollandse Robinson Crusoë presenteert Koolbergen een
'terugvertaling' van de Engelse tekst naar het Nederlands met een uitgebreid
commentaar. Daarnaast bracht hij in kaart welke rol Ascencion gespeeld heeft in
de maritieme geschiedenis tot 1815. Maar het boeiendst is toch de eerste helft: de
speurtocht naar de identiteit en het leven van de dagboekschrijver, en de aard
van zijn misdaad. Soms met een beetje geluk, het geluk van de goede lezer,
meestal na veel graafwerk in archieven in Nederland en Engeland. Uiteindelijk
blijven er achttien kandidaten over, de boekhouders op achttien schepen van een
VOC-vloot die op weg was naar Nederland. Een van die boekhouders was Leendert Hasenbosch.
Hij voer op de Prattenburg en werd op dat schip op 17 april 1725 veroordeeld wegens
'sodomie', en kort daarna 'voor schelm aan de wal gejaagt' op 'Asschentioen'. Hasenbosch had geluk. In de regel werden 'plegers' van
homoseksuele handelingen zonder pardon overboord gezet. Waarschijnlijk heeft
zijn hogere functie hem voor dit lot behoed. Wie aan land werd gezet, had ten
minste nog een kans opgepikt te worden door een passerend schip. Dat laatste
beetje geluk had Hasenbosch echter niet, hoe lang hij ook in zijn bijbel las en
hoezeer hij zijn Schepper ook om vergiffenis smeekte voor de 'lust' die geleid
had tot zijn 'schandelijke misdaad'. Op 14 oktober (de laatste dagboeknotitie)
of kort daarna moet hij overleden zijn. Zijn dagboek werd in januari 1726 gevonden
door de bemanning van het Engelse schip de Compton, mee naar Londen genomen en
daar twee jaar later uitgegeven. Het manuscript is spoorloos; zelfs Koolbergen
heeft het niet kunnen vinden. Dat is jammer, want Koolbergen] stelt overtuigend
vast dat de gedrukte" weergave van Authentick Relation niet alleen vertaald is, maar
waarschijnlijk ook geredigeerd om het aantrekkelijker te
maken voor lezers. We mogen aannemen dat het origineel, in zijn beknoptere en
ruwere frasering, een nog aangrijpender document is geweest dan de gedrukte
tekst. Het eerste boek dat op Ascencion werd geschreven, is
het dagboek over een hopeloze strijd om te overleven, over een wrede, tergend
langzame dood. Des te aangrijpender nu de schrij. ver ervan een gezicht heeft
en behalve een dood ook een leven. Natuurlijk hoort het op de brede boekenplank
van de 'robinsonades', maar vanaf het moment dat Hasenbosch aap wal wordt
gejaagd, houdt iedere vergelijking met Defoe's klassieker op. Hasenbosch is een
Crusoë, maar dan wel de Crusoë van de zwartste romantiek. In Een Hollandse
Robinson Crusoë permitteert Koolbergen zich één lichtzinnige speculatie: de
veronderstelling dat het Daniel Defoe is geweest die het dagboek van Hasenbosch
vertaalde en bewerkte. 'Het is niet meer dan een hypothese', schrijft
Koolbergen, 'zij is hier slechts uit voorzorg genoteerd voor het geval dat het
originele manuscript ooit boven water komt...' Wie zoveel speurwerk tot een
goed eind heeft gebracht, zij zulk een optimisme vergund want het is een
speculatie die van hoop getuigt. Van het verlangen ook dat het avontuur van
onderzoek en duiding met de publicatie van het boek niet beëindigd is. Voor Koolbergen kwam het voorlopige einde van de
zoektocht met een bezoek aan Ascencion, het laatste hoofdstuk. Hoewel het
eiland sinds anderhaie ve eeuw bewoond wordt, ga je er nog steeds niet voor je
plezier naartoe. Faciliteiten voor het Europese ruimtevaatprogramma
Ariane, telefoonmaatschappijen en spionagediensten zijn de belangrijkste
adressen. Er is één supermarkt, één postkantoor, en één kerk, en, schrijft
Koolbergen, één bibliotheekje. Koolbergen overleed vorig jaar, kort na de
voltooiing van zijn manuscript. In de laatste alinea schrijft hij over dat
bibliotheekje: 'Hier, op een van de planken, zal eens een exemplaar van het
boek staan dat de ware geschiedenis van de Hollandse Robinson Crusoë uit de
doeken doet.'
Ed Schilders |